stpiusx.be
| stpiex.be
|
|||
Twee heren dienen
Mt 6,24; Luc 16,13 Uit:: "In beeld en gelijkenis" door J.P.M. van der Ploeg O.P.
Op één woord na is de Griekse tekst in beide evangeliën letterlijk hetzelfde. Bij Mattheüs luidt het eerste woord "niemand", terwijl Lucas er een woord dat "dienaar" betekent aan toevoegt. "Niemand kan twee heren dienen", zegt Jezus en deze waarheid is spreekwoordelijk geworden. Uit wat volgt is de Semitische achtergrond van de spreuk duidelijk als Jezus zegt: "... want hij zal de ene haten en de andere liefhebben". Wanneer een man twee vrouwen had en zijn liefde ongelijk tussen beiden verdeelde, heette de ene wel de "beminde" en de andere de "gehate" (Dt 21,15). Voor ons zijn dit sterke termen, maar zij waren dit niet voor de oude Israëlieten: de "beminde" was voor hen degene aan wie sterk de voorkeur wordt gegeven, de "gehate" de andere, d.i. de achtergestelde. Zo heet het in het evangelie ook dat men zijn eigen vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zusters, ja zichzelf moet "haten", om Jezus' leerling te kunnen zijn (Luc 14,26). Jezus bedoelde hiermee niet het gebod "eer uw vader en moeder" op te heffen, of de plicht van naastenliefde niet meer uit te strekken tot zijn naaste familieleden, maar Hij wees op de plicht Hem boven alle anderen te verkiezen, ook de meest dierbaren, ja zelfs boven zijn eigen wensen en verlangens. Wanneer men een heer "dient" betekent dit, dat men geheel tot zijn beschikking staat en hem in alles gehoorzaam en ter wille is. Dit is héél duidelijk het geval wanneer het een huisdienaar (mogelijk een slaaf) betreft, zoals Lucas zegt. Van een slaaf weet ieder dat hij maar één meester kan dienen, hij is immers diens eigendom. Maar zelfs als de dienaar een vrije is en voor verschillende heren, resp. meesters diensten verricht, dan is het nog moeilijk aan de eisen van beiden te voldoen. Iemand die zich in zo'n haast onmogelijke positie bevindt geeft de voorkeur aan de een boven de ander. Dit zegt Jezus in de nu volgende woorden: "... of hij zal zich om de ene wel en om de andere niet bekommeren". Dit is duidelijk, het behoeft geen nadere toelichting. Maar nu volgt de conclusie: "Gij kunt niet God èn de mammon dienen". Wat betekent hier het woord "mammon"? Bij Mattheüs en Lucas wordt het woord met een enkele m geschreven: mamôna en dit komt overeen met de uitspraak van het woord in het Aramees. Doordat de eerste a ook wel als een korte klinker werd uitgesproken, werd de daarop volgende m vanzelf verdubbeld; dit doet o.a. de oude Latijnse Vulgaat en in navolging daarvan de moderne vertalingen. De afkomst van het woord is nog altijd niet voldoende bekend, wel de betekenis die er in Jezus' tijd aan werd gehecht: vermogen, vaak geld. Onder de afleidingen van het woord is wellicht de meest aanbevelenswaardige die van de stam aman = vast zijn (Amen komt daarvan). De "mammon" is dan het geld, het bezit, dat iemand veilig, "vast" bevaart. De wijze, die sinds de dagen van Luther bij ons "Prediker" wordt genoemd, zegt in zijn verzameling spreuken en wijze lessen dat men voor geld alles kan krijgen (Pred 10,19), wat Hiëronymus vertaalde met: "... aan het geld gehoorzaamt alles". Het laatste is ongetwijfeld waar, het geld heeft de mensen in zijn macht, ze doen er alles voor, tot ernstige misdaden toe. De Romeinen spraken wel van een 'sacra auri fames", een heilige honger naar het goud. Maar honger naar geld gaat niet samen met honger naar God, met ijver om zijn wil te doen en te leven volgens de eisen van het evangelie. Bij ons heeft "mammon" een veel slechtere betekenis gekregen dan het woord oorspronkelijk had. Wij zien er nu doorgaans de slecht verkregen rijkdom in, of een die het voorwerp is van ongeregelde begeerte. Dat is niet de oorspronkelijke zin, hoewel die er gemakkelijk aan kon worden gehecht wanneer men bedenkt dat grote rijkdom, vooral als hij uit geld bestaat, niet zelden onrechtmatig is verkregen, in het bijzonder wanneer iemand in korte tijd rijk is geworden. Op zichzelf is rijkdom niet slecht of verkeerd, hij geeft zijn bezitter de gelegenheid er veel goed mee te doen. Maar hem "dienen" is volkomen fout en gaat niet samen met het dienen van God.
|
|||
|
|||