stpiusx.be | stpiex.be Contact
Printheader
"Wat is waarheid?"

Een filosofische reflectie over de oeroude Pilatusvraag
Het streven van de mens naar kennis en het zoeken naar de waarheid komen voort uit de uiterst natuurlijke behoefte van de mens aan oriëntering, aan structurering van de complexe werkelijkheid. De vraag en het zoeken naar de waarheid zijn misschien de voornaamste impuls, die tot het ontstaan van de wetenschap heeft geleid. Alle mensen streven van nature naar kennis. In de wetenschap wordt de onderzoekingsdrang op een gecontroleerd - methodische manier omgezet. Voorwerp en doel van de onderzoekingsdrang, wanneer zij niet van buitenaf gemanipuleerd en of beter gezegd, misbruikt wordt, is het blootleggen van de "waarheid".

Feitelijke waarheid

Het dagelijks leven toont dat de mens zich met slechts gehoorde meningen niet tevreden stelt. Zelfs over de meldingen in de nieuwsberichten stelt hij kritische vragen en zoekt naar de "waarheid" van de feiten. De mens interesseert zich voor de feitelijke en niet slechts vermeende waarheid van hetgeen voor hem te horen en te zien is. In het dagelijks leven testen wij onze meningen en corrigeren ze eventueel, wanneer blijkt, dat het "in waarheid" anders is. In deze richting wijst de H. Augustinus als hij over de menselijke natuur vaststelt: "Ik heb vele mensen gevonden, die de andere willen misleiden, maar nooit mensen die misleid wilden worden". Wij spreken daarom van gezond verstand daar waar het autonome gebruik van de rede de mens in staat stelt onderscheid te maken tussen "waar" en "onwaar".

Ondanks alle behaalde vooruitgang in het onderzoek van de natuur en van de mens en ondanks alle technische verworvenheden schijnt de oeroude Pilatusvraag "Wat is waarheid?" vandaag de dag meer open te zijn dan ooit. De verscheidenheid van de waarheidstheorieën weerspiegelt de indifferente en relativistische denkwijze en geestesgesteldheid van de nieuwe oftewel moderne tijd.

Vandaag is er alleen nog een onveranderlijke waarheid, namelijk die, dat de waarheid niet onveranderlijk is. De stelling dat de waarheid met de tijd veranderd schijnt vandaag een basisovereenstemming te zijn; ze is een van de oorzaken van de "dictatuur van het relativisme" van tegenwoordig.

Wat is waarheid?

"Veritas est adaequatio rei et intellectus", "waarheid is gelijkstelling van een zaak met het verstand". Deze klassieke definitie van de waarheid gaat terug op Thomas van Aquino (1225-1274). Hij geldt als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de filosofie van de middeleeuwen.

De Adaequatio (gelijkstelling) is bij een balans het bereiken van het evenwicht, ervoor zorgen dat er op de twee schalen aan weerskanten precies hetzelfde gewicht ligt, zodat de balans precies in het midden rust. Voor de waarheid betekent daarom de adaequatio dat er een overeenstemming en gelijkheid moet zijn tussen het voorwerp (res) buiten de mens en zijn verstand (intellectus). Waar deze overeenstemming niet tot stand komt spreken wij over een dwaling of hebben wij te maken met een nog verder te bewijzen arbeidshypothese.

Dus, waarheid is niets anders dan de overeenstemming van kennen en realiteit, van denken en zijn. Vanwege de vereiste overeenstemming heeft deze klassieke waarheidstheorie sedert de oudheid (Aristoteles) ook de naam overeenstemmingstheorie van de waarheid. "Waarheid" verdient dus in dát geval die naam, wanneer kennen en realiteit met elkaar overeenkomen.

Mengsel van waar en vals

Wat is dan de dwaling? Zeker niet precies het tegenovergestelde van de waarheid! Dus niet per se iets wat helemaal langs de realiteit moet heengaan. De dwaling is een mengsel van waar en vals. Ze is voor een gedeelte waar en voor een ander gedeelte niet. Daarom zal ze de mens die enkel en alleen naar het ware gedeelte kijkt in zijn oordeel misleiden. De bedrieglijke sluier van het ware beweegt vaak tot aanname van beweringen die in feite niets anders zijn dan dwaling.

De waarheid veronderstelt integriteit. Opdat iets waar kan zijn, moet het helemaal juist zijn. Iets goeds, iets dat waar is moet in zijn geheel (in al zijn elementen) beantwoorden aan de zijnsorde. Dwaling is waar men naast een waar gedeelte ook elementen vindt die niet overeenkomen met de realiteit. Zodra slechts één element in tegenspraak is met de realiteit, dan is het niet meer zonder meer waar en goed, maar verkeerd! Daarmee volgen wij in aansluiting op Thomas van Aquino het scholastieke basisprincipe "Bonum ex integra causa, malum ex quolibet defectu". Het goede komt altijd voort uit een volledige oorzaak, het slechte uit ieder willekeurig defect. Of anders geformuleerd: Goed is, wat in al zijn delen goed is; slecht is, wat in één van zijn delen een defect vertoont.

Laten wij dat toelichten met een praktisch voorbeeld: er is slechts één gezondheid, maar er zijn vele ziekten. Iemand is gezond wanneer hem niets ontbreekt. Het maakt niet uit of hij nu een keelontsteking, een gebroken been of kanker heeft: ieder lichamelijk gebrek ontneemt hem zijn gezondheid en wij zullen zeggen dat hij ziek is. Zeker kan hij, die een been gebroken heeft, nog zonder problemen zingen en degene, die een keelontsteking heeft opgelopen, heeft geen moeite om te lopen.

Omdat de gebreken respectievelijk defecten veelvormig, en kwantitatief en kwalitatief geheel verschillend zijn, zijn de aangrijpingspunten van het goede en het ware, om uit het goede iets slechts te laten ontstaan, en om het ware in dwaling te verkeren oneindig veelvoudig. Het goede en het ware zelf echter zijn eenvoudig en absoluut.

Er is slechts één waarheid, maar er zijn talloze dwalingen; want ieder afwijken van de waarheid, ook al gaat het maar om een kleinigheid, leidt onvermijdelijk tot de dwaling.

Op grond van de bijna oneindige aangrijpingsmogelijkheden en van de vele mogelijkheden tot variatie van de dwaling toont het innestelen van de dwaling in de fundamenten van een geestelijk gebouw, van een wetenschap, een filosofie, een theorie enz., uitermate verwoestende gevolgen bij de verdere voortgang en bij de oprichting van het geestelijk gebouw op beschadigde fundamenten, die gebreken vertonen. In de taal van Thomas van Aquino heet dit "parvus error in principiis est magnus error in consequentiae", d.w.z. een kleine vergissing in het begin leidt tot een grote dwaling in de gevolgen.

De dwaling onderscheidt zich tegenover de waarheid door een hoge mate aan slim aanpassingsvermogen. De dwaling is breed gevarieerd in de vorm, in de aanpassing en in de afwijking van de waarheid.

Fragmentarisch

Een en dezelfde realiteit kan door verschillende mensen, vanuit verschillende standpunten en verschillende zienswijzen op menigvuldige manieren benaderd worden. Honderden verschillende uitspraken kunnen resulteren uit honderden verschillende visies, misschien volstrekt anders van vorm zonder zich van de absolute waarheid te verwijderen. Laten we een boom nemen, die door verschillende personen verschillend, maar tegelijk echt, gezien wordt: terwijl de dichter in zijn gedicht op een esthetische manier de schoonheid van de boom poëtisch verwerkt, bekijkt de bioloog het levende organisme en de fotosynthese, of de meubelmaker onderzoekt de stam van de boom met betrekking op de kwaliteit als grondstof en zijn speciale materiaaleigenschappen. Alle maken ze een ware uitspraak over dezelfde boom. Iedere ware uitspraak is algemeen geldig. Stelt de meubelmaker dat er vijf mooie eiken balken van een bepaalde maat uit de boom kunnen worden gezaagd, dan zal geen ander meubelmaker met recht iets anders kunnen beweren. Onder dit specifiek aspect is er een ware uitspraak gedaan en alles wat verder onder dit aspect gezegd wordt kan niet van de waarheid afwijken wil het niet dwaling worden. De waarheid als zodanig is altijd absoluut geldt voor iedereen en voor altijd. Want precies hetzelfde wat voor het ene bewustzijn waar is, kan niet voor een ander vals zijn.

Zeker zal de dichter de berekening van de meubelmaker niet begrijpen en toch blijft die waar. Hij bekijkt de boom met andere ogen, vanuit een heel ander optiek. De aanspraak op algemeen geldigheid van de waarheid houdt geenszins de gelijke maat aan begrijpelijkheid voor alle mensen in. Nooit kan het menselijk verstand alle facetten van de realiteit kennen. Maar dat wordt ook niet vereist. Een onvolmaakte, fragmentarische kennis is voldoende om een ware uitspraak te vormen. De volle waarheid over een onderwerp moet ons daarentegen niet per se bekend zijn. Het bezit van de volledige waarheid is alleen aan God voorbehouden, die alleen een volmaakte kennis van alle dingen en van heel het bestaan bezit. Maar de gedeeltelijke kennis van de mens moet met de waarheid stroken.

Relativisme

Het relativisme beweert dat er geen waarheid zeker kenbaar is, maar dat wij hooguit een uitspraak kunnen maken over de betrekking van de dingen tot elkaar. Ik kan dus - volgens het relativisme - zeggen dat ik de koffie lekker vindt, dus spreken over zijn betrekking tot mij. Maar volgens het relativisme kan ik geen uitspraak maken die voor iedereen geldig is en waardoor ik iets zeg over de koffie op zich. In dezelfde lijn zegt het relativisme dat alle waarheid in verband staat met een concreet individu. Ieder individu echter heeft zijn eigen visie, zijn eigen oordeel over een zaak. Soms komen deze visies overeen, maar vaak ook spreken ze elkaar tegen. Toch zijn ze voor de relativistische manier van denken allen even 'waar', maar wel relatief. Relatief omdat de ander de realiteit op een andere manier opneemt, er anders tegen aan kijkt.

Stelling van de tegenstrijdigheid

De stelling van de tegenstrijdigheid fungeert sedert de scholastiek als hoogste kennisprincipe, d.w.z. oordelen die tegenstrijdig tegenover elkaar staan kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Het tegenstrijdigheidsprincipe is de absoluut noodzakelijke basis en voorwaarde van al het kennen, denken en argumenteren. Zeggen wij dat het waar is dat twee en twee vier maakt, dan zeggen wij dat alle andere oplossingen in tegenstrijd zijn met deze oplossing en daarom vals.

De onbewijsbaarheid van het tegenstrijdigheidsprincipe komt niet voort uit een mogelijke zwakte van het principe maar eenvoudig uit het feit, dat het tegenstrijdigheidsprincipe niet tot andere principes terug te brengen is. Men rekent het bij "de prima principia; per se evidentes", bij de grondleggende denkregels die in zich evident zijn.

Alle andere hoogste denk- en zijnsprincipes laten zich tot het tegenstrijdigheidsprincipe terugbrengen. Op het tegenstrijdigheidsprincipe berusten alle andere principes.

Wanneer het relativisme dus beweert dat het de mens niet mogelijk is, waarheid te kennen dan kan het niet tegelijkertijd als waar staande houden, dat de mens de waarheid niet kan kennen.

Kenbaarheid of begrijpelijkheid

Al het bestaande is door de geestelijke structuur van de goddelijke Schepper gevormd en gestructureerd. God heeft niet een chaos geschapen die nog regel nog wet kent, maar het universum dat aan de regels onderhevig is. Hij heeft deze wetten in de schepselen gelegd. Ze komen voort uit Zijn geest en zijn geschreven in het onveranderlijke wezen van de dingen. Daarom is alles wat bestaat toegankelijk voor de geestelijke kennis van de mens en kunnen alle schepselen voorwerp van de waarheidskennis worden. Natuur- en geesteswetenschappen zijn niets anders dan de pogingen van de mens om deze goddelijke wetten na te sporen, die soms klaarblijkelijk, soms heel verborgen en moeilijk toegankelijk, het wezen van de dingen uitmaken.

Thomas van Aquino gaat altijd uit van een concreet-aanschouwelijke werkelijkheid. Hij is realist en zoekt daarom de waarheid niet ergens in een virtuele wereld van ideeën maar - evenals de moderne wetenschap - in de empirisch, zintuiglijk waarneembare realiteit.

Waarheid is voor Thomas eenvoudig gesproken niets anders dan de conclusie ui, en het begrijpen van de realiteit. Er bestaat geen abstracte waarheid op zich, maar waarheid wordt verworven in het concluderen van de concreet-aanschouwelijke realiteit. Waarheid wordt niet "achter de dingen" gezocht, maar de realiteit zelf wordt gekend en beschreven.

Thomas van Aquino verstaat waarheid als een begrijpend aanpassen van het verstand aan de werkelijkheid. Iedere kennis komt door een aanpassing van de kennende aan het gekende tot stand. Kennis resulteert hieruit pas door middel van verwerven en doordringen van de waarheid.

Criteria voor de waarheid

Thomas van Aquino formuleert als criterium voor de waarheid niet alleen de overeenstemming (adaequatio) van ding en kennis of de overeenkomst van de kennende geest met de realiteit. De aanpassing van het kennend verstand aan de waarheid is een eerste stap die alleen echter nog niet leidt tot het begrip van de waarheid. Een spiegel geeft getrouw het aangezicht weer van de mens die zich ervoor plaatst maar kan nooit een 'ware' uitspraak maken. De mens die zijn denken in overeenstemming brengt met de realiteit is meer dan een levenloze spiegel. Hij ziet en kent niet enkel en alleen het onderwerp dat buiten hemzelf voor zijn geest wordt geplaatst maar ook het beeld daarvan, dat zich in zijn geest weerspiegelt. Telkens wanneer hij zich bewust wordt van de overeenstemming van dit beeld van zijn denken met de realiteit zal hij zeggen: "Dat is waar". Dat wil zeggen, dat "waarheid" een bewuste kennis veronderstelt. Ze is afkomstig van het uiterlijk object als het gekende voorwerp, maar slechts volledig door het oordeel van de kennende mens. De mens en het object van zijn waarneming vormen een eenheid. Hij brengt niet de waarheid voort, maar legt ze veeleer bloot door ze te "ontdekken". In de kennis versmelt hij in zeker opzicht met het object.

Thomas van Aquino staat met recht op de noodzaak van een kennis van de kennis.

Permanente aanpassing

Waarneming en waarheidskennis zijn actieve processen, die door de verwachting over hetgeen waargenomen zal worden, gericht en voorbereid worden. Vóór de waarneming bestaat er dus al een voorstelling over hetgeen waargenomen zal worden en wat er nu zou kunnen komen. De voorstelling, het beeld van de realiteit, dat zich al in het hoofd bevindt, bestuurt de opmerkzaamheid. Het waarnemingsproces is een voortdurende vergelijking, dus een adaequatio (vergelijking) tussen verwachte en feitelijke waarneming. Als waarneming en verwachte waarneming niet overeenstemmen, dan kan het beeld van de verwachte waarneming gecorrigeerd worden.

De nieuwe waarneming kan tot een verandering van het beeld van de realiteit verwerkt worden. De vorm van de kringloop tussen de waarneming en de voortdurende aanpassing van het beeld in het hoofd is hier functioneel en karakteristiek. Wie heeft het niet al vaak ervaren dat men een ander alleen kent door de telefonische contacten? Nu komt de dag waarop men voor het eerst tegenover hem staat. Tijdens de veelvuldige telefoongesprekken hebben zijn stem, zijn taalgebruik, zijn manier van spreken en denken ons al een eerste indruk gegeven. Wij hebben ons een voorstelling van die mens gemaakt en hebben zo een beeld van hem in ons hoofd lang voor wij hem met onze eigen ogen kunnen zien. Nu staat hij tegenover ons! Onze waarneming zal zich moeten aanpassen, het tevoren gevormde beeld waar nodig corrigeren, opdat het waar blijft.

Coherentietheorie

Als de inhoudelijke tegenpartij van de realisme van Thomas van Aquino geldt de moderne coherentietheorie die terug gaat op de tijd van de verlichting en op Kant. Nieuw is, dat waarheid niets meer te maken heeft met een op zich bestaande realiteit maar enkel en alleen nog wordt gezocht in de overeenstemming van een uitspraak met het globaal systeem van uitspraken. Als coherentietheoretische systemen zou men bijv. ook gesimuleerde, virtuele schijnwerelden van de computer kunnen beschouwen. In deze werelden is alles 'waar' omdat alles op elkaar afgestemd is en er geen logische problemen aan te treffen zijn, ook al vinden wij in deze werelden geen enkele verwijzing naar een werkelijk bestaande realiteit. In plaats van een gezond realisme stellen we tegenwoordig in toenemende mate, bij het gebruik maken van de gesimuleerde schijnwerelden de vlucht uit de realiteit vast.

De exactheid en precisie van de berekeningen en het creëren van kunstmatige, abstracte leefwerelden is belangrijker dan een waarheidsgetrouwe afbeelding van de door een scheppende God geschapen wereld.

Systemen van coherentietheorie construeren kunstmatige werelden, die op zich consistent, harmonisch en tot in de finesses geperfectioneerd kunnen zijn, maar niet meer in een levende betrekking tot de werkelijkheid staan. Er kunnen vele kunstmatig geconstrueerde parallelwerelden naast elkaar bestaan, die ook van buitenaf gezien met elkaar in tegenspraak kunnen zijn, want ze hebben geen objectieve maatstaf in de realiteit, in een tastbare werkelijkheid.

Absolute vrijheid

Aanhangers van de coherentietheorie konden twee even omvangrijke, onverenigbare systemen van uitdrukken opzetten, die ieder voor zich consistent en coherent was. Daarom zouden beide systemen tegelijk waar kunnen zijn. In deze systemen draait het verstand om zichzelf. Iedere betrekking tot de tastbare, zintuiglijk waarneembare buitenwereld als geschapen realiteit ontbreekt. Er is volgens dit denkbeeld geen contact mogelijk met de andere ideëenwereld die heel verschillend is. Bij gebrek aan aanrakingspunten kunnen daarom tegengestelde uitspraken als waar naast elkaar staan. Zo schaft de coherentietheorie het principe van de tegenspraak af.

Verder gemeenschappelijk kenmerk van alle typen van de coherentietheorie is het in principe provisorisch karakter m.a.w. het in principe herroepen kunnen worden van alle tot dan toe als waar ingeschatte oordelen.

De coherentietheorie loochent iedere basis van de waarheid in de door God geschapen zijnsorde en verabsoluteert in plaats daarvan de volledig onafhankelijke, logische waarheid, die enkel en alleen op de overeenstemming van het denken met zichzelf berust.

Omgang met de geschiedenis

Thomas van Aquino onderscheidt zich bij het putten uit geestelijke bronnen van menselijk onderzoek en kennis in vergelijking tot het moderne historisch-kritisch onderzoek door een buitengewone waarheidsliefde, door een ernst in het worstelen om de waarheid en door een houding van het gezond verstand van de mens. De "tijd", d.w.z. de historische opvattingen en meningen, benut en gebruikt Thomas als een creatieve bron met impulsen, tegenspraken en eisen, waartegen Thomas met het kompas van de waarheid een standpunt tracht in te nemen.

Thomas benadrukt onder het oogpunt van het zoeken naar de waarheid het buitengewoon grote nut van de kennisname en van de kritische verwerving van de kennis en de meningen van vroegere filosofen en denkers, maar steeds onder vermijding van dwalingen en verkeerde conclusies van de tijdgenoten en van personen uit vroeger tijden.

Thomas ziet hier een dubbel nut gegeven: enerzijds de blootlegging van waarheidselementen, anderzijds de waakzame vermijding van historische dwalingen.

Thomas stelt het bestuderen van de bronnen strikt onder het motto van de waarheidskennis en veroordeelt een relativistische waarheidshouding en een verabsolutering van historische bronnen, die integendeel in de dienst van de waarheid benut moeten worden. De blootlegging van de waarheid van de dingen heeft altijd de voorrang.

Thomas verwerpt een zuiver historiserende discussie over filosofische vragen, die zich uiteindelijk tevreden stelt met slechts een reproducering van wat tijdgenoten of filosofen van een bepaald tijdperk over een filosofische vraag en probleemstelling gedacht hebben. Het eigenlijke zoeken naar een objectieve waarheid mag voor geen enkele prijs opgegeven worden! Anders komt er in de plaats van een filosofie van het gezonde menselijk verstand al te gemakkelijk en verabsolutering van de betreffende sociaal-cultureel-historische context.

De basis van een door de realiteit verzadigde kennis en onderzoek is en blijft echt de ervaring van de werkelijkheid.

Thomas richt in 1271/72 aan Sigeer von Brabant het rekest "De studie van de filosofie heeft niet de bedoeling, te vernemen wat anderen gedacht hebben, maar te weten te komen, hoe het gesteld is met de waarheid van de dingen."


  • Bij de foto: Jezus voor Pilatus
Terug naar het overzicht vrijdag 02 november 2007