Gevolgtrekkingen voor een opvoeding die eigen is aan de sekse
Wanneer we in een tijd van "gelijkwaardigheid" en "emancipatie", waarin de door God gewilde specifieke bestemming van man en vrouw - waarop hun verschillende natuur toch wijst - merendeels ontkend wordt de catastrofe in gezin en maatschappij willen tegengaan, is het dringend geboden, weer de nadruk te leggen op het onderscheid van de geslachten. Ik vind het vooral belangrijk dat zowel de mannen als de vrouwen weer - of eindelijk! - leren, het karakteristieke van het andere geslacht te erkennen en te eerbiedigen, het zelfs lief te hebben. U zult mij zeker niet tegenspreken als ik zeg, dat vooral het vrouwelijk geslacht van de kant van de mannen zeer vaak geringschatting ervaren heeft.
Valse voorstellingen over de taken van de vrouw
Door de vriendelijke opmerkzaamheid van onze filosofieleraar dwarrelde er enige tijd geleden een hoofdstuk uit het "Handboek voor volwassen dochters, echtgenotes en moeders" uit het jaar 1801 op mijn bureau. Het droeg het opschrift: "De kunst, een goed meisje, een goede echtgenote, moeder en huisvrouw te worden." En daarin stond dan te lezen: "De ribben van de vrouw zijn buigzamer, de borst rekbaarder dan bij ons (mannen bedoelt hij), zij (hij bedoelt de vrouw) kan dieper ademen, meer lucht in één keer inademen, en alles is erop ingericht, om zonder nadeel in de lucht van de kamer te leven."
Ja, dat moet wel rechtvaardigen dat de brave vrouw voor het huis moet zorgen, terwijl de man naar buiten mag, het vrije leven in. Er zijn heel wat van dergelijke boeken over de vrouw of over de opvoeding tot vrouw, maar minder boeken over de opvoeding tot man.
Hier nog een andere passage uit het genoemde boek: "Het moet je doel zijn je man gelukkig te maken, zijn liefde te bevredigen, zodat je hem gelukkig kunt maken. En dat is het ook zeker. Je bent ongelukkig als je je man niet gelukkig maakt. Maak dus niet alleen een zachte, ordelijke, praktische indruk op hem, maar wees het ook werkelijk." En op een andere plaats staat er: "Laat u hem (de echtgenoot) dus vooral zijn volledige vrijheid. Zo kan hij helemaal op zijn eigen manier, volgens zijn luimen, bijzonderheden en wonderlijkheden handelen en leven, als hij die heeft."
Hier hebt u er een typisch voorbeeld van, dat de man zijn gezag en belangrijkere positie, die hij inderdaad door God kreeg toebedeeld, verkeerd begrepen heeft en een overdreven gevoel van zijn speciale positie ontwikkeld heeft. Deze aanmatiging van vele mannen, die op het misverstand berust, dat zij alleen de kroon op de schepping zijn en de vrouw slechts hun bedienden, bestond in de middeleeuwen niet. Deze aanmatiging is een vrucht van de nieuwe tijd, die met de renaissance begonnen is, de "tweede zondeval" zoals Josef Pieper deze tijd aanduidde, juist omdat men hier het christelijke beginsel ontrouw geworden is en weer denkwijzen van de voorchristelijke, heidense tijden heeft overgenomen.
De geringschatting en verachting van het vrouwelijk geslacht ging in het begin van de vorige eeuw zelfs zó ver dat Paul Möbius in 1901 geloofde, de "psychologische zwakzinnigheid van de vrouw" bewezen te hebben. Wie is er verwonderd over, dat de vrouwen op de barricaden zijn geklommen en sindsdien alles doen om zich te bevrijden van de afhankelijkheid van de mannen en onophoudelijk willen bewijzen dat zij volstrekt niet ondergeschikt zijn aan de man.
Man en vrouw gelijk?
Sinds tientallen jaren probeert men nu in reactie hierop het onderscheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke als miniem af te schilderen. Men spreekt van rolgedrag, dat door de maatschappij gevormd wordt, alsof man en vrouw slechts een rol zouden spelen, die uitwisselbaar zou zijn. Daarom kennen we tegenwoordig de "huisman" en de overeenkomstige "carrièrevrouw", die het levensonderhoud voor het gezin verdient. Daarom kleden mannen en vrouwen zich hetzelfde. In de trend van de gelijkstelling leren vrouwen nu mannelijke beroepen, zoals loodgieter, schoorsteenveger, technicus enz., en daarom maken mannen aanspraak op zoiets als zwangerschapsverlof.
De moderne vader
De media doen er natuurlijk ook alles aan, dit te bevorderen. Wij krijgen regelmatig tijdschriften voor de beroepskeuze van de eindexamenkandidaten toegezonden. Daarin ziet men steeds weer meisjes afgebeeld in de bouw, in houdingen die allesbehalve meisjesachtig of vrouwelijk zijn. Op de televisie wordt bovendien getoond hoe de vrouwen voetbal of basketbal spelen en hoe zij elkaar als tijgers aanvliegen. Dat dit alles tegen de natuur en de goddelijke orde is hoeven we in onze kring niet te bewijzen. Maar we moeten ons daarmee serieus bezighouden, want het hele moderne opvoedingssysteem is gericht op co-educatie, die juist op deze naar verhouding nieuwe en verkeerde voorstelling van het al te kleine onderscheid tussen man en vrouw berust.
Nieuwe onderzoeksresultaten over de uiteenlopende talenten van jongens en meisjes
Toen we in 1991 het St. Theresia Gymnasium geopend hebben, kreeg ik van de "Vereniging tot bevorderen van scholen in vrije verantwoordelijkheid" brochures die mij als hulp bij de argumentatie tegen de co-educatie werden aangeboden. Na de ervaringen van de laatste decennia, die getoond hebben, dat de meisjes in de scholen door de co-educatie in het nadeel zijn, bijvoorbeeld in de muzische vakken alsook in de natuurwetenschappen, gaan er steeds luidere stemmen op, die voor een opvoeding van gescheiden geslachten pleiten. En men keert langzamerhand terug tot de oude wijsheid - wat de mens wist sinds de wereld bestaat - dat man en vrouw wezenlijk verschillend zijn. Dus in tegenstelling tot de moderne opvatting, dat de verschillen tussen man en vrouw alleen aan een aangeleerd rollenbegrip beantwoorden, stelt het moderne onderzoek nu vast, dat het veel geciteerde kleine verschil in werkelijkheid een reusachtig verschil is. Een verschil dat tot in de kleinste haarporiën gaat, zelfs tot in de structuur van de hersens, wat men nog helemaal niet zo precies wist.
Van nature verschillend
Deze verschillen worden al duidelijk bij pasgeboren kinderen. Zo heeft men vastgesteld, dat mannelijke baby's hun opmerkzaamheid sterker richten op iets dat zichtbaar is, terwijl vrouwelijke baby's veel sterker reageren op spreken of aanraken. Meisjes beginnen vroeger te praten dan de jongens, ze leren vlugger lezen en schrijven en hebben ook een sterkere behoefte, zich te uiten. Dit "meer" aan "plezier in vocalisatie", zegt men, blijft het vrouwelijk geslacht houden tot aan het eind van hun leven.
De geëmancipeerde vrouw
De vrouw toont een in 't oog lopende begaafdheid in de omgang met de levende mens, terwijl de man meer aanleg heeft voor de omgang met de wereld van de dingen. Op grond van de structuur van de specifiek vrouwelijke hersens, die het gevoelsbereik van de vrouw constant wakker houdt, hebben vrouwen het talent om verbintenissen aan te knopen, aan te gaan en in het leven te houden, en zijn door het constant wakker zijn van het gevoelsbereik begaafd om de beide aspecten die er in het leven zijn, de zakelijke en de persoonlijke, als eenheid te zien en ze te integreren. Vrouwen luisteren van het begin af meer naar de anderen, ze kijken ook meer op tegen de voorbeelden. Zij dwepen en vereren en zij hebben in zekere zin meer "aanleg tot aanbidding", zo formuleert Christa Meves het in elk geval.
De structuur van de mannelijke hersens leidt tot een duidelijke scheiding tussen rationeel-analytisch-zakelijke verbanden en het persoonlijk-emotioneel gebied. Dat wil zeggen, een vrouw ziet nooit alleen de zaak, maar ook altijd de daarmee verbonden mens, terwijl de man in staat is de zaak los te zien van de betroffen mens. Het heeft natuurlijk allebei voor- en nadelen.
De structuur van de mannelijke hersens begunstigt het ruimtelijk voorstellingvermogen, dat in het hele gebied van de wiskunde, de techniek en de natuurwetenschappen absoluut doorslaggevend en onontbeerlijk is, dus voor de wereld van de dingen. "Geen meisje", zo hebben de onderzoekers via statistiek vastgesteld, "bouwt bijvoorbeeld maandenlang stilletjes aan een zelf uitgevonden constructie. Dat doen wij (meisjes) niet. Wij kammen, maken schoon, wij strijken glad en wij smukken op."
"En zo heeft men ook vastgesteld, dat er geen enkele psychisch gezonde jongen is, die niet gewoonweg gefascineerd is door alles wat zich beweegt of laat bewegen. Ze hebben er een enorm plezier in, de techniek te bedenken, en ze hebben die ook uitgevonden opdat wij vrouwen ze kunnen gebruiken" (Christa Newes).
Jongens zijn vechtlustig
Bij het speelgedrag kan men zien: jongens onderzoeken en experimenteren graag, ze zijn op dingen gericht. Ze spelen meer in groepen en hebben een voorliefde voor het tot stand brengen van rangorden; d.w.z. ze domineren graag en maken de indeling van chef, plaatsvervanger, onderdaan, enz. Voor jongens speelt ook de mededinging, de concurrentie, een grote rol. Maar wat voor de jongens opwindend werkt, ervaren meisjes eerder als beklemmend, als prestatiedruk. Jongens zijn ook vechtlustiger dan meisjes, ze zijn agressiever.
Meisjes daarentegen ervaren sneller verantwoordelijkheid tegenover andere kinderen, ze hebben een sterk vermogen om signalen uit het sociale domein op te nemen. Op aanvallen reageren meisjes in de regel aanvankelijk bescheiden en vergoelijkend.
Bij het vragen naar de beroepswensen van kleine meisjes blijkt altijd dat zij zich voor de verzorging, voor opvoeding en voor onderricht interesseren. In aanmerking genomen dat de vrouw begaafd is om leven te geven, moeder te worden, ligt het voor de hand dat de man zich niet op dezelfde manier als de vrouw met de opvoeding en de verzorging van de kinderen kan bezighouden. Een liefdevolle vader kan zich zeker roerend bekommeren om een kind, maar de man kan bijvoorbeeld niet de borst geven, hij heeft ook niet de "voedstermelding", dat is een speciaal onderdeel van de hersens voor het wakker worden. Een vrouw wordt meteen wakker als de baby ook maar een kik geeft, terwijl een man in diepe slaap verzonken blijft, zelfs onder omstandigheden dat de kleine hard schreeuwt. Als een man op een baby moet passen, kost het hem heel veel kracht en energie. Hij moet daarbij zijn eigenlijke interesses en wensen onderdrukken, meer dan dit bij de vrouw het geval is. Want bij de opvoeding van kinderen is noch de mannelijke zin voor experimenteren of beschouwen, noch het plezier in de strijd om de positie gevraagd, noch zakelijk abstracte interesse in onderricht en verzorging. Het is overigens ook statistisch bewezen, dat huwelijken waarin de vrouw voor het onderhoud zorgt en de man het huishouden en de kinderverzorging overneemt, tot scheiding gedoemd zijn. Tot zover nu het verschil tussen het mannelijke en het vrouwelijke volgens de nieuwste stand van onderzoek.
Eigen ervaringen in school en internaat met jongens en meisjes
Hoezeer dat allemaal klopt, heb ik in mijn werk, eerst in het jongensgymnasium in Diestedde en daarna in het meisjesgymnasium in Schönenberg mogen ervaren. Nadat ik acht jaar bij de opvoeding van jongens in Diestedde had mogen meewerken, werd in 1991 het St. Theresia gymnasium opgericht. Ik heb toen vol weemoed afscheid genomen van de jongens, maar me anderzijds ook op de meisjes verheugd. Ik wist toen, dat het verschil groot zou zijn, maar waarin het verschil direct bestaat, had ik toen nog niet zo precies kunnen zeggen.
Meisjes leren sneller
Het was me duidelijk, dat het niet gemakkelijk zou zijn, een internaat te openen met 51 leerlingen, met geheel nieuw vrouwelijk personeel dat men nog niet kende en dat elkaar nog niet kende, met opvoedsters die men nog niet kende. Ik had me erop voorbereid, veel geduld te moeten opbrengen en de vele verschillende gedragsregels en voorschriften langzaam aan te leren. Des te verbaasder was ik, dat alles wat ik zei meteen aangenomen en nageleefd werd. De vele kleine regels, bijvoorbeeld het neerzetten van het servies op de wagen, na het ontbijt, of tafeldienst bij het eten enz., al deze dingen hoefde ik maar één keer te zeggen en ze werden al gedaan. Er waren helemaal geen moeilijkheden.
En toen werd mij duidelijk, wat Schiller bedoelde toen hij zei: "Leer de meisjes en weer de jongens," (Die Glocke, Friedrich von Schiller)
Ik dacht eraan hoe lang het in Diestedde geduurd had en hoe dikwijls men de jongens moest achternalopen, opdat ze hun afwas op de wagen zetten. Ja, het heeft lang geduurd, om de verschillende maatregels bij de jongens door te zetten. Met de meisjes was dat veel eenvoudiger. Dat betekent natuurlijk niet, dat alle meisjes nu engelen zijn en dat men nooit iets achter hen zou moeten opruimen, maar in vergelijking met de jongens ging het toch sneller.
De moeilijkheden liggen bij de meisjes, zoals ik dan weldra moest ervaren, op andere gebieden. Het internaat was nog geen week oud, of daar stonden de eerste meisjes bij mij in het rectoraat, huilend en buiten zichzelf: ze moesten beslist verhuizen, met de buurvrouw die zij nu hadden konden zij het onmogelijk eens worden en ze konden zo onmogelijk leven. Zo'n gejeremieer herhaalde zich vaker. In de regel mogen de leerlingen bij ons hun vriendinnen uitzoeken, met wie zij de kamer moeten delen - maar toch niet iedere week. En zo wonen er meestal meisjes samen, die met elkaar bevriend zijn.
Wee echter, wanneer ze eenmaal ruzie hebben, dan wordt de radicale scheiding voltrokken, niet slechts eenvoudig zó, nee, dat is een "scheiding van tafel en bed".
In de tussentijd is dat overigens geluwd; de leerlingen die er nu zijn, beleven dat niet meer op deze manier. Ik schrijf het eraan toe, dat de christelijke opvoeding ondertussen haar vruchten afwerpt. In die tijd kwamen inderdaad allen zo bijeen uit de meest verschillende scholen, standen en leeftijdsgroepen. Toen werd deze vrouwelijke hebbelijkheid veel meer voelbaar.
Een eigenschap die ik bij de jongens nooit opgemerkt heb. Er zijn ook jongens, die niet met elkaar kunnen opschieten, maar die desondanks de kamer delen. Geen enkelr jongen zal op het idee komen, naar de opvoeder te gaan en te zeggen: "Met hem wil ik niet meer in dezelfde kamer wonen." Als jongens ruzie hebben dan wordt dat meestal met de vuisten uitgevochten. Dan is er een kleine vechtpartij, en de zaak is weer vergeten.
Meisjes vliegen elkaar minder aan. Nu ja, het komt misschien ook wel eens voor, maar dan zijn we allemaal erg ontdaan, en allen - leerlingen en opvoedsters - helpen mee, om deze ontsporingen tegen te gaan. Maar meisjes kwetsen de tegenstandster bij gelegenheid nog veel dieper door woorden, veel sterker dan vuistslagen verwonden.
Trouwens, wat de vriendschappen betreft: meisjesvriendschappen onderscheiden zich soms door een ongezonde exclusiviteit. Als er twee elkaar vinden, dan willen ze alleen nog maar bij elkaar zijn. Ze zijn "zichzelf genoeg" en ze zijn zo intensief samen, dat het einde, de noodzakelijke knal te voorzien is. Dan kan het gebeuren, dat er een niet meer met de ander spreekt zonder dat er iets is voorgevallen. De ander is dan voor het hoofd gestoten en weet niet wat haar overkomt. De reden is simpelweg alleen, dat de een er genoeg van heeft, altijd maar met dezelfde samen te zijn. Zomaar ineens mag ze haar vriendin niet meer. Dat is inderdaad al meermaals voorgekomen.
Zoiets heb ik bij de jongens niet beleefd. Bij de jongens kwam deze exclusiviteit nooit voor. Daar zijn ook wel vriendschappen verbroken, maar meestal om zakelijke redenen, omdat men verschillende interesses had gekregen of andere opvattingen verdedigde of zwakheden in de ander vond. Maar de scheiding werd nooit zo radicaal voltrokken en ze ging niet met zo'n antipathie gepaard als bij de meisjes.
Wat ook opvalt bij de meisjes is het verlangen naar aanraking en omarming. Zo kan men altijd weer waarnemen, dat de oudere meisjes door de kleinere omzwermd worden, die zich tegen hen aanvlijen en door hen in de armen genomen willen worden. De ouderen doen dat ook heel graag en tonen zich heel liefdevol en moederlijk.
Ook jongens kunnen bewonderend naar de ouderen opzien, maar tederheden zullen een gezonde jongen wel behoorlijk bevreemden. En hij zal zijn verering ook niet zo tonen of zelfs uitspreken. Meisjes, vooral de kleintjes, hebben enorm veel behoefte aan tederheid. Dat is overigens ook de reden waarom we in Schönenberg dieren houden en wel zulke, die men kan aanhalen.
Door zuster Michaela Metz