stpiusx.be
| stpiex.be
|
|||
Geachte lezers,
„Gedenk de sabbat, dat gij die heiligt. Zes dagen kunt ge werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een sabbat voor Jahweh, uw God; dan moogt ge geen arbeid verrichten..." (Ex. 20, 8-10). Het is niet voldoende God individueel te erkennen en te eren, en in zijn spreken tegenover anderen van zijn persoonlijke eerbied ten overstaan van God blijk te geven. De mensen behoren ook collectief Schepper en Heer hulde te brengen. De natuurwettelijke basis van dit gebod, nl. dat er heilige tijden moeten zijn, heeft God zelf voor het Oude Testament nader gedetermineerd door voor te schrijven, dat de gemeenschap Hem om de zeven dagen moest eren. Voor het Nieuwe Testament is tijd en wijze van publieke verering overgelaten aan de wetgeving van de Kerk. De Kerk heeft niet ineens de Dag des Heren naar de Zondag verplaatst. Wij lezen in de Handelingen der Apostelen, dat de christengemeenten op de sabbat de gebeds- en onderrichtings-diensten in tempel of synagoge meemaakten, en daarna, tegen de avond, samenkwamen in particuliere huizen, om de heilige geheimen te vieren (Hand. 2, 41-46; 3, 1). Spoedig vormde zich het gebruik om vigilie te houden, d.w.z. de viering op de vooravond van de zondag te beginnen en de nacht in gebed, schriftlezing, onderricht en gezang door te brengen. Pas op zondagmorgen vierden ze dan het eucharistisch offer een eerden zo het uur, waarop Christus verrezen was. Toen het jodendom onverzoenlijk bleef, scheidden de christenen zich geheel van de synagoge af, en vergaderden dus alleen op de dag na de sabbat in hun huizen. Daar benutten zij de bruikbare elementen uit de oude eredienst. De schriftlezing, psalmengezang en onderricht vormden de voormis (tot aan de offerande). Daarna pas namen zij bij het opgaan van de zon brood en wijn en deden wat Christus geleerd had. Zo waren het wekelijkse gemeenschappelijke gebed en offer reeds geheel op zondag. Geleidelijk trachtte men ook de rust van de dag des Heren, welke in het Oude Testament een voorname plaats innam, naar de zondag te verschuiven. Doch dit bracht zijn maatschappelijke wrijvingen mee. Eerst toen het burgerlijk gezag de Kerk erkende, kon dit volledig worden doorgevoerd (vierde - zesde eeuw). Het is niet voldoende God individueel te erkennen en te eren, en in zijn spreken tegenover anderen van zijn persoonlijke eerbied ten overstaan van God blijk te geven. De mensen behoren ook collectief Schepper en Heer hulde te brengen.De viering van de dag des Heren heeft dus een positief element: H. Misoffer, en een negatief: rusten van de arbeid. Over het eerste, de heilige Mis en de manier waarop wij de heilige Mis moeten bijwonen, kunt u lezen in de "kleine Catechismus over de zondagsplicht" van pater Pierre-Célestin Ndong: De zondag is bestemd, om gezamenlijk God te aanbidden. Daarom is het nodig, dat er ook uitwendige handelingen zijn, anders kan men geen contact met elkaar krijgen. De grote symbolische handeling van aanbidding is het offer. Christus heeft een nieuw Offer ingesteld, dat alle andere offers overbodig maakt. Het lag dus voor de hand, dat de Kerk als minimum-eis stelde, dat men de dag des Heren heiligt door het meevieren van de Eucharistie. Daarboven is het nodig, dat wij de zondag ook nog op andere wijze heiligen, o.a. door het bijwonen van andere kerkelijke diensten en religieuze oefeningen, vooral ook door onze kennis van de godsdienst te vermeerderen. Iedere zondag moet ons nauwer aan de dienst van God verbinden. Ieder tijdperk heeft daar zijn eigen middelen voor. In de synagogedienst (Luk. 4, 16-30) en in de oud-christelijke vigilie, toen er nog weinig boeken en vele ongeletterden waren, werd voorgelezen uit de bijbel en een lange uitleg daarna gegeven door de bedienaar van het woord. In onze dagen hebben de mensen zelf meer gelegenheid hun geloof te leren kennen, door boek, tijdschrift, krant en radio. Doch het huisgezin moet in die richting werken, o.a. door voorlezing en rustige sfeer, anders komt de hedendaagse drukke mens er niet aan toe. Het negatieve element van de zondagsheiliging, nl. het niet werken, is ongetwijfeld een onschatbare natuurlijke weldaad; in de periodieke rustkuur hervindt de mens zijn krachten en psychisch evenwicht, en het maatschappelijk leven krijgt er een weldadig ritme door. Doch de bedoeling van de Kerk is om de geschikte stemming te bewerken, de mens aan de eeuwigheid te doen denken. Merken we terloops op, dat ook in de Nederlandse wet de zondagsrust georiënteerd is op de zondagsheiliging, al kan om het verschil van belijdenissen de wijze van eredienst niet nader voorgeschreven worden. Canon 1246 van het Kerkelijk Wetboek bepaalt aangaande de zondagsrust: „De zondag, waarop het paasmysterie gevierd wordt, moet uit apostolische traditie in de gehele Kerk als de oorspronkelijk geboden feestdag onderhouden worden. ... Op zondag en op de andere verplichte feestdagen zijn de gelovigen verplicht aan de Mis deel te nemen; zij dienen zich ook te onthouden van werken en bezigheden die een beletsel zijn voor de eredienst die aan God gebracht moet worden, voor de vreugde die aan de Dag des Heren eigen is, of voor de nodige ontspanning van geest en lichaam." Op zondag dient dus het leven van den christen onttrokken te worden aan de stoffelijke beslommeringen, en daarom moet hij alle zware werk, zaken-doen, en opwindende affaires achterwege laten. Pater Louis-Paul Dubroeucq gaat dieper in op dit tweede aspect van de zondag in zijn artikel: "Zondagsrust". Pater Jürgen Wegner |
|||
| Terug naar het overzicht | maandag 12 februari 2007 |
| © Priesterbroederschap St. Pius X Nederland |