stpiusx.be
| stpiex.be
|
|||
De Priesterbroederschap St. Pius XKorte historische schets 1968-1975
« De ketterij die op nu geboren wordt zal een van de meest gevaarlijke van allen zijn; de overdrijving van het aan de paus verschuldigde respect en de onwettige uitbreiding van zijn onfeilbaarheid. »
Een dankbare aartsbisschop Lefebvre sprak dikwijls over zijn grote leermeester, en we zullen in deze historische recollectie herhaaldelijk gestalten zien verschijnen van mannen van de Kerk, die dicht bij de priesterbroederschap staan en tezamen met onze stichter studeerden onder de voorbeeldige leiding van pater Le Floch. 11 april 1968Het was 11 april 1968, Witte Donderdag. In het kleine Zwitserse dorp Saxon zat Alfonse Pedroni in het dorpscafé. Hij hoorde een opgeblazen zakenman opscheppen dat hij over enkele maanden de kapel en de oude boerderij van Ecône zou kunnen dynamiteren. Het contract zou eerdaags getekend worden. Voor de dag om was besloten Alfonse en Marcel Pedroni en hun vrienden Gratien Rausis, Roger Lovey en Guy Genoud, het eigendom te kopen, dat ooit in bezit geweest was van de Kanunniken van Sint Bernardus en het heiligdom bevatte van Onze Lieve Vrouw van het Veld. Zij brachten een bezoek aan mgr. Adam, bisschop van Sion (Sitten) om hem op de hoogte te stellen van hun plannen. De bisschop wenste ze geluk, maar zei dat de Kerk een roepingencrisis doormaakte en dat er geen hoop was Ecône te redden en als vormingshuis te gebruiken zoals zij dat wensten. In de week daarop kwamen deze katholieke heren er achter dat de zakenman voornemens was in Ecône een complex te bouwen van nachtclub, restaurant en motel. Op 31 mei, feest van Maria Koningin, verkochten de kanunniken Ecône. Niet aan de teleurgestelde projectontwikkelaar maar aan Alfonse en zijn vrienden, die een noodlening van de bank hadden gekregen. Ze waren blij, maar wisten niet precies wat ze met het eigendom, dat zij voor ontwijding hebben gered, moesten doen. « Het mòèt, het mòèt, ù moet, u moet; handel, handel, doe het, doe het! Doe iets, huur een huis, laat deze seminaristen niet in de steek. U weet wat er aan de hand is in de Kerk. Wij moeten absoluut de goede tradities vasthouden. »Het generaal kapittel van de paters van de H. Geest herzag, ook in 1968, zijn constituties in de geest van het concilie. Aartsbisschop Marcel Lefebvre, generaal overste, protesteerde hiertegen bij de Heilige Congregatie voor de Religieuzen te Rome en men nodigde hem uit een rustpauze te nemen en op vakantie te gaan. Hij bood zijn ontslag aan en trok zich terug als rector van een klooster in Rome. In mei 1968 wapperde de communistische vlag vanaf het grote balkon van het Frans Seminarie te Rome ter ondersteuning van de revolutionaire studenten in Parijs. Een minuscule groep seminaristen, nog steeds gekleed in soutane en gemeden door de rest van hun medestudenten en docenten, wendde zich tot mgr. Lefebvre om hulp. Hij stuurde ze naar de nog conservatieve Universiteit van Fribourg in Zwitserland, aangemoedigd door de abt van Hauterive en de Dominicaan en theoloog, pater Philippe. De aartsbisschop vertelde ons over deze vroege poging: «Ik zei tegen deze heren, die er op aandrongen iets voor deze seminaristen te doen en mij vroegen persoonlijk voor hen te zorgen: "Ik ga naar bisschop Charrière; als hij me zegt dat ik mijn gang kan gaan, dan zie ik daarin een teken van de wil van God." Ik zei dit omdat ik het echt niet wilde; ik voelde me oud en ik was er zeker van dat ik een dergelijk werk niet kon ondernemen. Als je 65 bent begin je niet meer aan een werk zoals dat van de priesterbroederschap. Als iemand me het aantal priesters had gezegd en wat de broederschap vandaag zou zijn, zou ik alleen maar vriendelijk geglimlacht hebben. Dus ik wilde niet, maar bisschop Charrière stond er op: "Het mòèt, het mòèt, ù moet, u moet; handel, handel, doe het, doe het! Doe iets, huur een huis, laat deze seminaristen niet in de steek. U weet wat er aan de hand is in de Kerk. Wij moeten absoluut de goede tradities vasthouden." Dit was het teken. Daarom is de broederschap geen persoonlijk werk; het zou nooit door God gezegend zijn als het dat wèl was geweest. Het was beslist een werk van God.» 1970
En toen, als een aanvullend bewijs dat de bisschop van Lausanne, Genève en Fribourg ons bestaan wenste, bevestigde hij onze constituties, keurde deze goed op 1 november 1970 en nam de canonieke stichting ter hand van de Internationale Priesterbroederschap van Sint Pius X in zijn diocees (zie The Angelus, november 1995). 1971-1976Monseigneur Lefebvre verwachtte een lange wachttijd voor de tweede canonieke stap, de goedkeuring van Rome, van kracht zou worden. Slechts vier maanden verstreken tot 18 februari 1971, toen kardinaal Wright, prefect van de Heilige Congregatie voor de Clerus, de priesterbroederschap officieel goedkeurde en aanmoedigde. Het Romeinse document erkent het internationale karakter van de priesterbroederschap plus het feit dat vele bisschoppen van over de wereld haar goedkeuren en prijzen. De kardinaal was gelukkig dat de priesterbroederschap zou bijdragen aan de verspreiding van de katholieke clerus over de wereld. Onze stichter was zeer verrast dat zijn kleine geloofswerk nog een andere bemoediging ten deel viel. Toen enkele priesters van buiten mee wensten te doen met het werk van de priesterbroederschap, legde aartsbisschop Lefebvre de zaak aan Rome voor, en de Romeinse Curie, die zijn wensen anticipeerde, maakte deze priesters geheel los van hun bisschoppen en zelfs van hun kloosterorden om hen uitsluitend afhankelijk te maken van de Priesterbroederschap St. Pius X. Deze officiële daad van Rome erkent het recht van de Priesterbroederschap St. Pius X om haar leden te incardineren. In de wisselvalligheden van de jaren die kwamen zou het modernistische Rome onze priesterbroederschap publiekelijk afkeuren, haar vruchten zowel als haar geest. Het doet er weinig toe als we weten dat het aan de traditie getrouwe Rome de broederschap goedkeurde en haar officieel de zendingsopdracht gaf het katholieke priesterschap te handhaven. Uiteindelijk constitueert dit mandaat van de Kerk de hoofdreden en de noodzaak van de bisschopswijdingen van 1988. «Hoe kan ik er mee akkoord gaan de Mis van alle tijden te verlaten of toe te geven deze op hetzelfde niveau te plaatsen als de Novus Ordo, ontworpen door Annibale Bugnini in participatie met protestanten, om er een dubbelzinnige maaltijd van te maken die het Offertorium totaal elimineert en de woorden van de Consecratie zelf raakt.»Op 3 april 1969 stelde de apostolische constitutie Missale Romanum een nieuwe misorde voor. Aartsbisschop Lefebvre bracht een groep van 12 theologen bijeen, die onder zijn leiding het Kort Kritisch Onderzoek, dikwijls de Ottaviani Interventie genoemd, schreef. De kardinalen Ottaviani en Bacci schreven inderdaad een voorwoord en boden de studie aan Paulus VI aan. Omdat er geen antwoord kwam van het Vaticaan, kondigde de aartsbisschop op 10 juni 1971 aan zijn seminaristen aan, dat hij weigerde deze nieuwe geprotestantiseerde liturgie te aanvaarden: «Hoe kan ik er mee akkoord gaan de Mis van alle tijden te verlaten of toe te geven deze op hetzelfde niveau te plaatsen als de Novus Ordo, ontworpen door Annibale Bugnini in participatie met protestanten, om er een dubbelzinnige maaltijd van te maken die het Offertorium totaal elimineert en de woorden van de Consecratie zelf raakt.» 1971In 1971 traden 24 kandidaten in het seminarie van Ecône in. Nog 32 andere zouden hen in oktober 1972 vergezellen. Maar tijdens de kerstvakantie begon de narigheid. De Franse bisschoppen, gretige medeplichtigen van de modernistische samenzweerders, hielden iedere stap tot uitbreiding van de jonge broederschap scherp in de gaten. Kardinaal Lefebvre, zijn neef, waarschuwde de aartsbisschop: «Het Franse episcopaat zal je nooit vergeven wat je op het concilie gedaan hebt.» Jaloers op en bezorgd om het onverwachte succes, begonnen zij een discrediteringscampagne. De aartsbisschop was op de hoogte van deze jaloezie en had kardinaal Marty al een ontmoeting met de bisschoppen voorgesteld bij de komende vergadering van de bisschoppenconferentie te Lourdes om hun de situatie van Ecône uit te leggen. De kardinaal hield er aan vast dat er op deze vergadering geen sprake van Ecône zou zijn. De bisschoppenvergadering in Lourdes etiketteerde Ecône als «een clandestien seminarie», alsof zij niet wist dat zijn canonieke situatie volkomen regulair was en niet van hun jurisdictie afhankelijk. 1973In 1973 werd te Fribourg kortstondig een preseminarie geopend, maar slechts voor een paar maanden, om gesloten te worden wegens de verergerende toestand van de universiteit. Seminaries van de broederschap werden geopend te Armada, Michigan (1973) en te Albano, Rome (1974). Het complot om Ecône te sluiten werd voortgezet en de Franse bisschoppen zetten Rome onder druk om de priesterbroederschap op te heffen. Zij waren bang dat traditionele priesters terug zouden keren in hun bisdommen en zodoende een traditioneel katholieke verzetsbeweging zouden creëren. Het is waarschijnlijk op dit tijdstip dat kardinaal Villot paus Paulus VI overreedde te geloven dat onze seminaristen een eed tegen de paus moesten afleggen. Villot zei tegen kardinaal Etchegaray, die het overal herhaalde: «Binnen zes maanden bestaat Ecône niet meer.» 1974« Om ons heil te verzekeren is de enige houding van trouw aan de Kerk en aan de katholieke doctrine, een categorische weigering de hervorming te aanvaarden. »
Het werd 11 november 1974. Na het ontbijt riep de aartsbisschop de communiteit bij elkaar om aan te kondigen dat dezelfde dag nog twee apostolische visitatoren zouden arriveren uit Rome. Zij spraken met de seminaristen en de professoren en hielden hun schandalige meningen voor zoals: de wijding van gehuwde mannen zal spoedig iets normaals zijn, de waarheid verandert met de tijd en het traditionele begrip van de verrijzenis van onze Heer staat open ter discussie. Deze opmerkingen bewogen aartsbisschop Lefebvre zijn beroemde Verklaring (Déclaration) van 21 november te schrijven. Terwijl Paulus VI openlijk over de zelfvernietiging van de Kerk sprak, proclameerde mgr. Lefebvre zijn aanhankelijkheid aan het eeuwige Rome en zijn afwijzing van het neomodernistische en neoprotestantse Rome van Vaticanum II: « Om ons heil te verzekeren is de enige houding van trouw aan de Kerk en aan de katholieke doctrine, een categorische weigering de hervorming te aanvaarden. Wij zullen ons werk, de vorming van priesters onder de ster van het eeuwen oude magisterium, voortzetten in de overtuiging dat wij aldus doende, geen groter dienst kunnen bewijzen aan de Kerk, aan de paus en aan toekomstige generaties. » |
|||
|
|||